Beu.

23 november 2009

Al ruim anderhalve maand loop ik met een virale infectie rond. Eerst mijn neus, dan sinusitis (afgezien!), dan weer mijn neus, dan mijn keel, dan mijn bovenste luchtwegen en nu bovenste luchtwegen én stembanden: sinds gisteren heb ik afwisselend een hese stem of geen stem. En ambetant dat dat is. En vermoeiend: praten, of nog erger, ’streng praten’, kost heel veel moeite en adem.
Alleen mijn oren zijn tot nu toe gespaard gebleven *houdt hout vast*.
En emmers snot en slijm dat ik in die maand en een half al geproduceerd heb, dat wil je niet weten. Allez, niet dat ik het echt bewaard en afgemeten heb. Het is slechts een ruwe schatting.

Mijne weerstand is niet meer wat hij geweest is, dat is duidelijk.

Maar ik begin het nu wel een klein beetje beu te worden, ik snak naar een snotvrij en stemrijk leven.


Anti-restaurantgedrag, deel 1

12 augustus 2009

Halleluja! Mijn zenuwen hebben nog eens een aanslagje overleefd. Deze keer was Nora de agressor.
Ik ben met ons oudste spook naar de kapper geweest, niet voor haar, maar voor mij. Daar was er er niets aan de hand: eerst wat spelen in de speelhoek, dan met een stripboek van K3 naast mama komen zitten en haar versie van het K3-verhaal voor gans de kapperszaak voorlezen. Ze was heel flink en vooral heel grappig. De complimentjes en vertederde blikken vlogen in het rond. Toen nog wel.

Maar zo flink en voorbeeldig ze was bij de kapper, zo *aaaaaaaargh!* was ze ietsje later aan een tafeltje in een vrij drukke brasserie. Ik had namelijk het geweldige idee om samen met mijn oudste dochter iets te gaan eten. Zo een lekker, gezellig, rustig, tof etentje tussen mama en dochter nummer één. Was I wrong!

Nochtans, ze was eerst heel, maar dan ook heel enthousiast. Ik had in de Hema een kindersurprise-eitje gekocht en ze zag het helemaal zitten om eerst flink patatjes te eten “op restaurant” en dan haar eitje. Ze bestelde kip met appelmoes en puree en ik ging voor het slaatje met geitenkaas. Toen ons eten op tafel kwam, trok ze al een vies gezicht. Er lagen namelijk kruiden op de appelmoes (drama oh drama!) en de kip was deels bedekt met saus (het lef!). Geen probleem: de kruiden werden met chirurgische precisie van de appelmoes verwijderd en gelukkig waren er ook voldoende stukjes kip zonder saus.  Een beetje meegaan met haar kuren mag wel, niet waar?
Resultaat: appelmoes zonder kruiden, puree en kip zonder saus. Iets wat ze thuis regelmatig eet en vooral heel graag eet.
Maar op restaurant dus niet. Heb ik mogen ondervinden.

In begin was het treuzelen, spelen, babbelen, van de stoel klimmen en er weer op, op de stoel rechtstaan, enz. Ik negeerde haar gedrag grotendeels en zei herhaaldelijk wat er van haar verwacht werd en wat de gevolgen waren (geen eitje) als ze niet flink at of als ze veel te lang wachtte met eten. Na 10 minuten had ze nog steeds niets gegeten, nada, noppes, niks. En haar getreuzel en gespeel veranderde in 5689 keer het volgende zinnetje: “ik wil nu mijn eitjeeeuuuh, nuuu nu nu!”.  Steeds luider en luider. Nog eens herhaald wanneer ze haar eitje krijgt en voor de rest haar gedrag genegeerd en zelf voort eten alsof er niets aan de hand is. En ja, mijn slaatje heeft gesmaakt maar ik moet toegeven dat ik toch net ietsje sneller heb gegeten dan anders. Na 15 minuten wist ik al bijna zeker dat ze niets meer ging eten, bovendien was het sowieso te laat om nog een eitje te krijgen en wou ik zo snel mogelijk vertrekken. Haar gehuil werd ondertussen nog luider en hysterischer. En de blikken rondom ons werden ook ietsje minder subtiel en moeilijker te negeren. Maar ik bleef verbazend genoeg (uiterlijk) kalm, stoïcijns kalm. Zowel tegenover Nora als tegenover de starende mensen. Sommige blikken beantwoordde ik zelfs met een glimlach, een vooral groene lach weliswaar. Van de mama’s kreeg ik trouwens eerder begripvolle blikken, van de oudere dames (en het zat er vol mee) vooral (af)keurende blikken.
Toen ik de rekening vroeg en Nora merkte dat het menens werd, wou ze wel eten maar moest ik haar “voederen”, geweetwel: zelf de vork of lepel in haar mond duwen. Maar ik weigerde. En hopla, nog luider gekrijs. Want ook al weet ik dat ze behoorlijk zou eten als ik haar “voeder”, het kan toch de bedoeling niet zijn, toch? Ik denk dat ze oud en groot genoeg is om zelf te kunnen eten. Thuis eet ze ook zelf, slechts in uitzonderlijke gevallen, als er eens iets nieuws op haar bord ligt, wil ze dat we het zelf in haar mondje stoppen en dat doen we dan ook. Maximum twee happen. Maar nu had ze nog niets gegeten, dus weigerde ik. Uiteindelijk prikte ze, na 20 minuten niets gegeten te hebben, een stukje kip op haar vork en at ze dit met nog nooit geziene lange tanden op. Nadien wou ze opnieuw niet meer eten. Mijn geduld, én mijn slaatje, waren op. Ik had haar uitgebreid gewaarschuwd dat we gingen vertrekken als mijn eten op was en ik de rekening gevraagd had. Ik nam rustig ons boeltje samen, nam een hysterische Nora op mijn arm, legde haar kalm en duidelijk uit dat ze nu geen eitje verdiend had, maar dat ik het in de frigo zou leggen en dat ze het de volgende keer misschien wel verdiende. Op de terugweg naar huis, eerst in de buggy, dan in de autostoel klonk het: “ik ga nu weeeel fiiiink eteuuuh, mamaaaaaa!” Zo’n 253 keer, schat ik. Tot ze wenend in slaap viel in de auto. Thuisgekomen was ze zo mak als een lammetje en heb ik haar zonder probleem in haar bedje kunnen steken.

Dat ze moeilijk doet op restaurant, wisten we eigenlijk al. We zijn al verschillende keren in de Lunch Garden gaan eten en daar is haar gedrag gelijkaardig: eerst heel enthousiast doen, ze doet een vreugdedansje als we gaan eten “op jestojant” en ze zit al in de auto te vragen naar “balletjes met saus en fwietjes en appejmoes“. Tot ze aan tafel zit en haar bord (met een verkleinde portie trouwens) voor haar neus staat. Dan is het eerst treuzelen, spelen, wriemelen, babbelen. Alles behalve eten. Als ze merkt dat de tijd begint te dringen, wil ze wel eten maar enkel als wij haar voederen. Daar ben ik enkele keren ingetrapt (gisteren ook nog), maar dat doe ik nu ook niet meer. Het is slechts een van haar aandachtstruken. En ze moet leren dat ze zelf moet eten, toch?
De eerste twee keer in de Lunch Garden ging het trouwens vrij vlot, de derde keer niet en toen kreeg ze dan ook geen ijsje (terwijl Marie wel een ijsje kreeg en dit voor Nora’s ogen oppeuzelde…), de vierde keer ging het alweer vlotter, maar de vijfde keer (gisterenavond) deed ze weer moeilijk. Uiteindelijk heb ik haar op mijn schoot haar eten in haar mond gestopt. Dan eet ze wel zonder protest haar bord leeg. Ik ben dus geplooid gisteren, met dat voederen, maar ik moet er wel bijzeggen dat ze toen wel al een paar hapjes zelfstandig had gegeten. Maar toch, ze zal mij niet meer liggen hebben, ik plooi niet (meer)!

Het is overduidelijk dat het alweer puur een machtsspelletje is. Thuis is haar eetgedrag spectaculair verbeterd, dankzij het niet meer moeten proeven en bord leegeten maar wel beloond worden als haar bord leeg is. Maar op restaurant is een nieuwe situatie en omgeving en daardoor heeft Nora blijkbaar de onweerstaanbare behoefte om ALLES uit de kast te halen om alle denkbare grenzen uit te testen en vooral om elke druppel bloed van onder onze nagels te halen. Maar ‘t zal haar toch tegenvallen, want we zullen het (even) hard spelen!

Tips, ervaringen enzomeer zijn uiteraard steeds welkom, want ook al lijk ik uiterlijk heel kalm en probeer ik zo consequent mogelijk te zijn, toch slaat de twijfel weer volop toe en vraag ik me constant af of we goed bezig zijn. En of het ooit leuk gaat worden om samen op restaurant te gaan. Hopelijk wel, want mama en papa doen niet liever…


Ze kunnen soms moeilijk met maar nooit zonder elkaar…

21 juli 2009

Aan alle mooie liedjes komt een eind. Zo ook aan manlief zijn verlof. We zijn het groot verlof samen gestart, maar na 3 weken moet manlief terug gaan werken. Jammer, maar helaas. En den duts ziet het ab-so-luut niet zitten, ocharme. En ook ik heb een beetje de blues op onze laatste samen-verlof-avond. Want samen dingen doen, samen genieten van ons gezinnetje, samen uitstapjes doen is toch vele vele plezanter en – ook belangrijjk – vaak ook ontspannender en makkelijker.

Ik heb nog verlof tot 20 augustus. Een 5-tal weken mag ik onze patatjes entertainen en ondertussen huisvrouwtje spelen. Wel leuk, heel leuk die quality time met mijn meisjes. Maar tegelijkertijd hou ik mijn hart een beetje vast. Want de twee samen hebben is echt niet altijd evident. Marie wil constant, maar echt con-stant exact hetzelfde doen wat Nora doet. En jammer genoeg gaat dat vaak gewoonweg nog niet. Ofwel omdat ze het nog niet kan (puzzelen, knutselen, verven,…) ofwel omdat ze het fantasiespel van Nora – ongewild – verstoort en dwarsboomt.  Als Nora wil puzzelen, wil Marie ook puzzelen. Maar wel enkel en alleen met exact dezelfde puzzel, haar afleiden met een andere puzzel lukt niet of zelden. Haar afleiden met ander speelgoed zeker niet. Dus wordt Marie boos. En als Marie boos wordt, slaan trommelvliezen (en zenuwen) tilt en kan er helemaal niet meer gepuzzeld worden, door niemand. Bovendien zijn er 101 dingen die ik zou willen doen met Nora (knutselen met haar Dopido-boekje, verven, koken, …) én met Marie (spelen, lezen,…) maar ongewild dwarsboomt ‘de ene’ het spel van ‘de andere’ en krijg ik het niet of heel moeilijk gedaan. Ook Nora kan het vaak niet verdragen dat ik eventjes alleen met Marie bezig ben (ook al leg ik het op voorhand uit en spreek ik af dat ik nadien iets met haar zal doen) en raakt geregeld jaloers…
Tot voor kort sliep Marie in de voormiddag 1 a 2 uurtjes en konden we met Nora iets doen wat we anders niet kunnen doen, maar sinds vorige week slaapt Marie – net zoals Nora trouwens, meestal, niet altijd – nog enkel in de namiddag.
Er zijn gelukkig ook wel momenten dat Marie wel flink alleen kan spelen terwijl Nora iets anders doet (en omgekeerd) of dat ze zelfs mooi samen spelen. Al duurt dat laatste echt niet lang. Dat echt samen spelen nog niet lukt, is normaal, gezien hun leeftijd. Maar dat ze ook moeilijk elke apart alleen kunnen spelen zonder dat de ene de andere ‘ambeteert’ of zonder dat ze hun spel na 30 seconden beu worden, dat is wel jammer. Maar waarschijnlijk ook wel normaal, gezien hun leeftijd…

En dan heb ik het nog niet over ’s middags iets te kunnen koken zonder dat Marie 23890 keer de keuken in komt , vaak zeurend, huilend, in het slechtste geval krijsend  omdat ze wil gepakt worden en niet alleen kan of wil spelen.

Heel typisch en opvallend is wel dat als ze alleen zijn, bvb. als Nora gaan spelen is bij de buren of als Marie toch nog eens in de voormiddag slaapt, ze wel voorbeeldig en lang kunnen spelen, minder tegendraads zijn, minder zeuren en klagen. Vooral Marie is dan veel makkelijker en zelfstandiger. Dan kan ze zich met gemak een uur bezighouden met haar speelgoed, ze is rustiger, minder snel afgeleid, verveeld of gefrustreerd. Echt een hemelsbreed verschil.

Bijna 3 en bijna 1,5 jaar: niet altijd makkelijk!

Tips over hoe ik mijn twee trezekes nog een kleine maand kan entertainen zonder met zo weinig mogelijk kleerscheuren, huilbuien van hun en “gescheidsrechter” van mijnentwege zijn uiteraard meer dan welkom! :)

‘t Is uiteraard niet allemaal kommer en kwel. Ze zien elkaar echt supergraag, knuffelen elkaar heel vaak en Nora is heel bezorgd over haar zussemie, doet haar best om boze, krijsende Marie te troosten (hoewel ze het vaak evengoed straal negeert, waarschijnlijk omdat ze het al zo gewoon is…) en is bijna altijd bereid om een snoepje of koekje te delen met haar kleine zus. Of een wortel.


Troostprijzen

29 juni 2009

Ooh wat keek ik uit naar de dag dat ons terras zou gelegd zijn. Blauwe hardsteen. 50 x 50 cm. Propere, mooie stenen. In plaats van die vorte, vieze, vuile stabilisé dat nu al bijna een jaar ons terras moet voorstellen. En lelijk is het ook nog. En pijnlijk met blote voeten.

Ma bon, begin juli, ten laatste half juli gingen we dus normaalgezien eindelijk een aangelegd terras hebben. Normaalgezien dus. Normaalgezien als in: eigenlijk niet! Want de meneer van het terras had plots ” ‘t verschot” in zijne rug en kon niet meer werken. Tsss, als dat al een excuus is…

Nog een zomer zonder echt terras dus. Ik moet zeggen, ik was de eerste dag enorm slechtgezind en teleurgesteld door het nieuws. Zo teleurgesteld als een klein kind dat geen of niet het gewenste kadootje krijgt. Of zo.
Maar goed, ondertussen heb ik het kunnen relativeren. Nog een paar maanden moeten wachten op een aangelegd terras, er zijn miljoenen ergere dingen dan dit. Miljarden zelfs.

En er zijn enkele troostprijzen:

1. We hebben wel gras! Iets meer dan een jaar zijn we in het bezit geweest van een tuin van 12m op een kleine 100m, zonder gras. Een grote oppervlakte modder eigenlijk. Onbegaanbaar en al zeker onbespeelbaar. Maar een 6tal weken geleden is er gras gezaaid en nu hebben we toch al een mooi zicht op een groen tapijtje. En ‘t beste van al: de meisjes mogen er naar hartelust op lopen, spelen, ravotten,…

2. Onze oorspronkelijke bedoeling was een terras aanleggen van 9m (breedte van ons huis) op 4m. Dat is dan ook de grootte van ons huidig stabilisé-terras. Maar we begonnen te twijfelen of we toch geen groter terras wouden. Ons inhouden omdat we anders te weinig tuin zouden hebben, moeten we al niet doen. En een heel ruim terras heeft toch ook zo zijn voordelen. We hadden beslist dat we het bij 9 x 4m gingen houden, omdat het praktisch moeilijk was om nog voor half juli de voorbereidingen te doen om te vergroten. Maar nu we toch iemand nieuw moeten zoeken en we sowieso zullen moeten wachten tot na de zomer hebben we beslist om ons terras toch groter te maken.

3. De mooiste troostprijs. Nieuwe tuinmeubelen! Vandaag geleverd. En mooi dat ze zijn! Een chance, anders zou het wat zielig zijn, ontelbare zomers lang moeten kijken en zitten op tuinstoelen die je zelf gekozen hebt maar eigenlijk niet mooi vindt. Een houten tafel met aluminium poten, stoelen bestaande uit hout, aluminium en ehm textilene of zo oogt toch gezelliger en aantrekkelijker dan onze eerder lompe, niet zo mooie, maar wel veel goedkopere plastieken meubelen. Nuja, smaken verschillen uiteraard. We hebben de tafel en bijhorende stoelen alleszins al uitvoerig in gebruik genomen: ons avondmaal genuttigd (waarbij Marie dacht dat het hout wel een beschermend laagje smeerkaas kon gebruiken), een (overigens vruchteloze) poging ondernomen om onze belastingbrief via tax-on-web in te vullen, genieten van de zonsondergang en op dit eigenste moment ben ik zelfs aan het bloggen, zittende op een comfortabele en mooie nieuwe tuinstoel. Dat het wat fris begint te worden en vooral donker, is quantité négligeable.

Maar ‘t zou nog mooier, nog chiquer, nog af-er zijn met onze blauwe hardstenen terrastegels eronder…

Geduld, Tamara, ge-duld.

PS Uiteraard zijn er ook reeds foto’s genomen van onze recentste aankoop maar aangezien ik foto’s moet uploaden via de vaste pc die – om evidente redenen – binnen staat en ik geen zin heb om mijn nieuwe tuintafel te verlaten, zal het voor morgen zijn. Of overmorgen.


Anti-patatjesgedrag, The End?

6 juni 2009

Je weet of je weet het niet, maar Nora doet nu al iets meer dan een jaar heel moeilijk rond het eten van groenten. Heel plots toen ze anderhalf jaar was, wou ze geen groenten meer proeven. Behalve in de crèche, daar at ze alles en veel.

Een week geleden twijfelde en piekerde ik er weer op los en wou ik ofwel een andere aanpak waar ik mij beter bij voelde, ofwel wou ik professioneel advies inwinnen. Wat gezocht op internet, wat advies gevraagd aan collega’s en vriendinnen, zelf een ‘analyse’ gemaakt over haar eetgedrag (alles puntje per puntje uitgeschreven, wat heel nuttig is om de denkwijze van Nora proberen te achterhalen) en ook dankzij tips van Maaike, hebben we beslist om het eens helemaal anders te proberen. En als er dan geen evolutiemerkbaar is, gaan we verder.

Hoe we het voor vandaag aanpakten: we gaven haar een piepkleine portie groenten op haar bord, samen met patatten (of pasta of rijst) en vlees – wat ze wel graag eet. Met de duidelijke boodschap: je moet van alles eens proeven, dan krijg je een dessertje.
Miserie! Zeker de laatste tijd was dat echt een ramp. Ze komt enthousiast aan tafel, is vol goeie moed, zegt dat ze zal proeven, begint aardappelen en vlees te eten. Maar dan is het “neen”, ze wil niet proeven. Wenen doet ze niet, ze maakt haar ook niet kwaad. Wij ook niet trouwens, we blijven kalm. Ze speelt, ze babbelt, ze trekt aan onze arm, ze treuzelt, ze prutst… En wij halen al onze truuken uit de kast om haar te doen proeven. Uit-ein-de-lijk proeft ze wel, maar pas na een lang (heel lang) spelletje. Want dat is het voor haar (heb ik te laat beseft): een doodeenvoudig machtsspelletje waar ze eigenlijk best wel veel plezier aan heeft. Van het moment dat ze aan tafel gaat, weet ze dat ze ‘moet’ protesteren, dat ze er een lange strijd van moet maken én dat ze op het einde toch zal proeven en nog een dessertje krijgt ook. En tonnen aandacht.
Nu klinkt het allemaal logisch en vanzelfsprekend dat dat niet de beste aanpak was, maar het heeft toch even geduurd eer ik haar denkpatroon doorhad. Grotendeels omdat ik té gefixeerd was op dat proeven, ik kon dat niet loslaten. Ik dacht dat proeven een noodzaak was uit angst dat ze zou opgroeien tot een kind of volwassene die heel selectief eet en vies is van vanalles.

Maar bon, die cirkel en dat machtsspelletje moesten we sowieso doorbreken.

Hoe we het nu doen: we geven haar een beetje groentjes, een beetje vlees en een beetje patatten. Met de duidelijke boodschap: als je bordje leeg is, krijg je eventueel nog een portie van om ‘t even wat. En als je bordje leeg is, krijg je ook een dessertje. Als bord niet leeg is, ook goed, dan mag je van tafel, maar krijg je geen dessert.
Vandaag: een beetje pasta (veel minder dan vroeger), een klein roosje broccoli en een halve kerstomaat met witte kaassaus erover en een klein stukje gegrilde zalm. Ondertussen eet ze ook al graag broccoli, maar het feit dat de broccoli bedekt was met saus (“boccoli is niet meer moooooi, mama!”) stond haar absoluut niet aan. Tomaat lust ze eigenlijk ook, maar niet warm. Koud wel, bij haar boterham bijvoorbeeld, maar als diezelfde koude tomaat tijdens haar middagmaal gepresenteerd wordt, moet ze het plots niet meer hebben en is het precies het viesste dat ze ooit gezien heeft… Of hoe bizar een peuterbrein soms toch kan werken.
Vandaag dus, onze nieuwe aanpak. Eerst veel protest omdat ze veel meer pasta wou. Wij voet bij stuk gehouden: eerst groentjes en vis eten, dan extra pasta. Met lange tanden een stuk broccoli gegeten én haar stuk zalm en toen hebben we haar extra pasta gegeven. Een toegeving op onze regels, want ze had nog niet van haar tomaat geproefd, maar ne mens moet flexibel zijn, ni waar? Verder flink pasta gegeten, maar aan haar tomaatje kwam ze niet aan. Marie was klaar met eten (zij heeft trouwens superveel gegeten, en zalig dat dat is) en wij ook. We hadden Nora al gewaarschuwd dat haar bord weg zou gaan als wij gedaan hadden met eten (ze was al een ganse tijd aan het treuzelen) met de belofte dat ze Jip en Janneke-snoepjes (rozijntjes met yoghurtlaagje rond) kreeg als bordje leeg was. We telden tot 10, bij 10 namen we haar bord weg en toen: LUID protest. “Bodje moet bijveuh staan! Bodje niet weg!”. “Maar ga je nog iets eten, Nora?” “Neeeeeeeeeeee!” “Ah, maar dan gaat het bordje weg he, dan heb je genoeg en mag je gaan spelen”. Nog steeds behoorlijk luid protest. Haar wat laten wenen, denkende dat ze meteen wel zou beginnen spelen. Tot ze plots heel zielig zei: “Ik wil tomaat eten!” Onze beide monden vielen zowat open. Ze had nog wat aanmoediging nodig, onder andere 10 Jip en Janneke-snoepjes helemaal uitgestald op de tafel, maar ze at een vierde van een (groot) kerstomaatje op! En trots dat ze was toen ze haar 10 (“feeeeeeeeel!”) snoepjes opat. En wij nog trotserder. Ik begon bijna te bleiten.

Ik had niet verwacht dat de nieuwe aanpak zo snel zou werken. Hoewel het afwachten blijft natuurlijk of het een succes blijft. Anderzijds is het wel een beetje logisch: we onderbreken plots haar spelletje door niet meer aan te dringen om te proeven, we ontnemen haar plezier om constant neen te zeggen en tegendraads te doen, we ontnemen haar extra aandacht door niet meer een half uur of drie kwartier aan tafel te zitten. En daarbovenop krijgt ze dan ook geen dessertje meer! The horror! Daar schrok ze écht wel van. En gelukkig heeft haar koppigheid toch nog grenzen.

P.S. Ons eerste idee voor dessertje was een chocolaatje, een Mignonnetteje. We hadden ons voorbereid en een family-pack gekocht. Blijkt nu dat dat chocolaatje haar niet zoveel zegt, maar ze wel superzot is van die Jip en Janneke snoepjes! Toen ze zag dat we die aan Marie gaven, begon ze wél te jammeren dat ze geen kreeg. Vreemd, omdat ze een paar maanden geleden die snoepjes niet moest hebben: ze at wel het yoghurtlaagje op maar de rozijnen lustte ze niet. Nu, des te beter natuurlijk! Veel gezonder dan chocola! En nu zal mama (en papa ook wel een beetje) zich moeten opofferen om die massa’s Mignonnettejes op te eten…


Het toppunt…

5 juni 2009

… van pessimisme:

Op vrijdag wel blij zijn dat het weekend is maar toch vooral denken dat het weer veel te snel zondagavond zal zijn en daardoor nu al ambetant lopen.
Maar ik probeer die negatieve gedachte te verdringen en te genieten. En te slapen tussendoor.

Man man, wat heb ik nood aan vakantie. Nog 3,5 weken. Dan heb ik vakantie tot 20 augustus, hoera! (Dus neen, ik mag eigenlijk niet klagen, maar ik doe het toch).

En vanaf september verandert er nog iets… Maar dat is voor een volgend postje.
Nu is het 21u30 en ga ik slapen, net als gisteren, want het is hoognodig.


Ietske minder blah!

14 mei 2009

Awel, ‘k moet zeggen, het deed ferm deugd om al die lieve, opbeurende, steunende reacties (én mailtjes!) te lezen. Tenkjoe evrieboddie :)
En ik moet ook zeggen: gisteren was echt wel een serieus OFF-dagje. Gelukkig is het niet elke dag zo erg, maar het gebeurt toch vaker dan me lief is dat ik me zo voel. Het heeft me wel deugd gedaan om mijn gevoelens hier te kunnen ventileren, ook al heb ik lang getwijfeld of ik het berichtje wel zou posten.

Vandaag gaat het alleszins al beter met me. Ik ben gisteren om 22u30 gaan slapen. ‘t Is te zeggen: ik heb nog drie kwartier of zo wakker gelegen. Een mens gaat dan eens vroeg slapen…
Ik voel me nog steeds doodmoe (om die vermoeidheid weg te werken zullen wel meer lange nachtjes nodig zijn) en vaak futloos maar die erg negatieve gedachten zijn wel al voor een stuk verdrongen. Nog niet helemaal weg, maar wel al wat minder overheersend dan gisteren en de dagen ervoor.
Het zal – zoals reeds gezegd in de reacties – zeker iets zijn dat met ups en downs gaat waarbij gisteren een serieuze down was. De boodschap is vooral veel slaap inhalen en eventueel wat extra tijd creëren voor 100% ontspanning zodat ik het constante gepieker en zorgen maken en panikeren even kan vergeten.

Ik ben daar vandaag trouwens al een beetje aan begonnen door iets te gaan doen wat het ideale, klassieke middel is om iemand – van het vrouwelijk geslacht dan toch – een feel-good-boost te geven. Allez ja, bij de meeste vrouwen, niet bij allemaal. Shoppen dus! En ook al doe ik dat normaalgezien heel graag, toch zag ik er in begin tegenop. Maar het vooruitzicht van mijn garderobe te kunnen uitbreiden won het van de stress van het kiezen, passen en zakken sleuren. Achteraf was ik k.a.p.o.t maar ook wel euforisch: ik heb enkele heeeeeeeeeel leuke zomerspulletjes gevonden.
Tot ik thuiskwam met een stelletje drukke, vermoeide, uithangende meisjes en ik àl die kleren nog in onze kleerkast moest leggen. Aja, want dat moet quasi direct gebeuren natuurlijk.

Maar bon, kindjes liggen in bed, kleertjes in de kast en seffes ga ik vanuit de zetel naar “Mijn Restaurant” kijken en dan rechtstreeks mijn bed in.

En om het even overiets anders te hebben: Marie heeft van haar ‘moeke’ haar eerste echte schoentjes gekregen! Schattige schoentjes. En Nora heeft ook een nieuw paar schoentjes. Haar vierde paar zomerschoentjes nog maar… Hoewel, deze kunnen ook nog dienen voor de herfst. Oef!

IMG_0128


Blah

13 mei 2009

!Waarschuwing! Dit is een op en top klaagpostje waar u niet goedgezind zal van worden. U kan nog altijd beslissen van nù te stoppen met lezen…

Wat er scheelt? Wel, ik voel mij al een tijdje niet goed in mijn vel. Niet alleen fysiek: chronische hoofdpijn, soms een zwaar hoofd, soms een ijl gevoel in mijn hoofd, duizeligheid, pijnlijke keel, heel moe, stramme spieren,… Maar vooral mentaal. Ik voel me vaak  leeg en futloos. Alles, echt alles is me bij momenten teveel. Zelfs leuke dingen. Ik zie tegen alles op en bekijk alles erg negatief (nog negatiever dan anders). Ik loop ook enorm prikkelbaar en ongeduldig. Voor het minste schiet ik uit mijn krammen of begin ik te wenen. Ik heb momenteel ook geen energie om strict te letten op mijn verdomd dieet, integendeel, ik zou een ganse dag door kunnen ‘boefen’ waardoor ik me uiteraard achteraf nog slechter voel. Ik loop ook constant met een figuurlijke krop in de keel, alsof er iets scheelt, maar ik kan onmogelijk zeggen wat. Iets onbestemd. Een constant gevoel van opgejaagdheid en ambetantigheid zonder te weten waarom. Lastig dat dat is! Echt lastig.
En ik word dan nog eens extra ambetant omdat ik me zo voel en niet eens zelf weet waarom. En kwaad op mezelf omdat ik puur rationeel absoluut geen reden heb om me zo ‘depri’ en down te voelen. Ik stel me gewoon heel hard aan, denk ik dan.
Maar het gevoel blijft wel.

Is het de vermoeidheid? Ik geraak al maanden aan slechts 6 a 7 uur slaap en ik merk dat dat echt te weinig is voor mij. Is geheel aan mezelf te wijten; ik moet mezelf maar verplichten om om 22u in mijn bed te kruipen. Punt, andere lijn, basta. Maar ehm, tja, dat lukt dus zelden.
Maar soms denk ik dat het meer is dan ‘enkel’ vermoeidheid. Maar wat dan? Het weer? Hoewel ik altijd dacht dat ik daar ongevoelig voor ben. Ons drukker leventje sinds Nora naar school gaat? Hoewel zij eigenlijk nauwelijks problemen stelt. Een burn-out? Een extreem vroege midlife-crisis? Een nog extreem vroegere menopauze? :)

Geen flauw idee, maar het is niét plezant.


Die verdomde M!

9 april 2009

Gisteren moesten we tijdens het verven het speelgoed op de speelmat aan de kant zetten en een deel van de speelmat losmaken. En omdat die puzzeltegels er behoorlijk – ehm – vies uitzagen (zeker de onderkant)  en omdat die puzzeltegels nog maar zelden nooit (schaam op mij!) deftig gewassen werden – wel af en toe met een licht sopje en wel regelmatig gestofzuigd – besloot ik om tijdens het verven van de keuken de puzzeltegels een deftige wasbeurt te geven.
In het wasmachine. Op 30° met een kort wasprogramma en als je ze laat zwieren zijn ze niet eens zo nat meer. Handig jong! ‘t Machientje heeft wel een keer of 5 moeten draaien maar de meisjes waren toch een ganse dag op logement dus tijd zat.

Nu kunnen ze de propere, zo goed als nieuwe puzzeltegels weer gaan bekliederen met speeksel, kots, etensresten, snot enzomeer.

En – het mooiste van al – ze liggen alfabetisch, hoera! Toch veel leuker en ordelijker als die letters lekker mooi alfabetisch liggen? Ook al duurt het dan drie kwartier eer de puzzelmat klaar is, want ah ja, ze moeten niet alleen alfabetisch liggen, de kleurencombinaties moeten evenwichtig zijn: géén twee dezelfde gekleurde tegels naast elkaar eh, brrrrrrr, stel je voor!

img_9765

En ja, ik stoor me geweldig aan die tweede blauwrode M die de min of meer aanwezige symmetrie en orde totaal om zeep helpt, maar het kon niet anders: ruilen met de eerste M leverde niets op want dan was er bovenaan een overload aan blauwrood. En jammer dat ik dat vond. Echt waar. Onbegrijpelijk dat ze tijdens het fabriceren van die tegels geen rekening houden met de kleurtjes wat evenwichtig te verspreiden.
Misschien moet ik er een stuk speelgoed op zetten, dan valt het niet zo op…


Over een oranje kaartje en een zwart hoesje

24 februari 2009

Dit postje van Isabel waarin ze overloopt wat er niet en (vooral) wel al in orde is in het kader van de komst van een tweede Klein Konijn, deed me denken aan een heel dom en stom voorval dat zich vlak na de geboorte van Nora voordeed. Een voorval waarmee ik op het moment zelf heel hard en luid gevloekt heb (heel erg letterlijk te nemen), maar waar ik ondertussen, bijna 2,5 jaar later, wel al mee kan lachen, weliswaar nog steeds een beetje groen. Wat meestal het geval is met van die voorvallen.
Maar kijk, ik heb het toch al zodanig verwerkt dat ik in staat ben om mijn stomme stoot met jullie te delen.

Jurgen en ik hadden bij de drukker een geboortekaartje gekozen. Een kaartje dat uit twee delen bestond: een zwart blanco hoesje met uitgesneden voetjes waarin een oranje kaartje zat met daarop een tekstje en alle geboortegegevens. Het zwarte gedeelte konden we meteen meenemen naar huis, samen met de enveloppen. Het oranje kaartje moest uiteraard op het moment van de geboorte (allez, erna eigenlijk feitelijk) nog gedrukt worden. Niet de naam moest nog gedrukt worden, want daar hadden we al een concensus over, al van voor ik zwanger was, maar wel de datum en de nummer van de kamer.
Dus, voorzienig en controlefreakerig zijnde, kon ik de zwarte hoesjes al op voorhand in de enveloppen steken, de namen en adressen op de enveloppen schrijven (met een gouden stiftje) en postzegels kleven. Met de nadruk op ík. Ik had namelijk liever niet dat Jurgen hielp met de enveloppen te schrijven omdat ik vind dat mijn geschrift misschien net iets ehm esthetischer is…
Als onze eerste nazaat dan geboren was, moesten we nog enkel wachten op de oranje kaartjes en die in de envelop en in het zwarte hoesje steken. En in de brievenbus stoppen. Simple comme bonjour.

Nora werd geboren op een maandagavond, om 22u20, na een arbeid van bijna 24u (deze informatie kan in de loop van het verhaal nog nuttig zijn). Dinsdagmorgen belde Jurgen naar de drukker om de blijde komst van ons oudste patatje te verkondigen en vooral om te zeggen dat de oranje kaartjes mochten gedrukt worden. ’s Middags waren we al bezig met de oranje kaartjes een voor een in het zwarte hoesje en de envelop te steken. Toen het bezoek begon toe te stromen, moesten we onze kaartje-in-hoes-steek-activiteit tijdelijk stilleggen. Jammer, want de controlefreak in mij wou zó graag dat de kaartjes klaar zouden zijn tegen dat mijn moeder kwam zodat zij ze allemaal al kon posten of in de brievenbus steken van familie die vlakbij woont. Enfin, we konden dus nog maar een deel meegeven met mijn mama en Jurgen zou dan ’s avonds de rest posten. Hoe sneller ze weg waren, hoe beter.

Na de eerste golf van bezoek hadden we opnieuw tijd om de kaartjes in de hoesjes te steken. Tot we merkten dat we wel nog héél veel oranje kaartjes hadden, maar geen, nada, nul, rien enveloppen met zwarte hoesjes meer hadden.

Een fractie van een seconde begrepen we er niets van, tot ik het plots warm en koud tegelijk kreeg, ik mijn borstkas voelde samentrekken en mijn hart als een razende in mijn keel bonkte. Twee seconden was ik sprakeloos, daarna klonk het zo: ‘Milj******r, ‘t is niet waar eh! Ik heb per ongeluk álle enveloppen aan mama meegegeven, ook die met enkel een zwart hoesje! G*dverd*mme eh!!”  Dat laatste ’woordje’ heb ik trouwens een keer of 38 herhaald. In verschillende toonhoogtes waarbij de hoge en luide tonen primeerden. Om mijn razernij nog wat kracht bij te zetten, trok ik ook nog wat aan mijn haren en verweet ik mezelf voor ”stomme kiek”, “domme trut” en nog meer van dat fraais. Ik ijsbeerde als een zottin door de kamer, nog steeds aan mijn haren trekkend en mezelf verwensend, terwijl Jurgen nog een bij voorbaat hopeloze poging ondernam en mijn moeder opbelde om te vragen of ze heel heel misschien die brieven wegens een of andere onwaarschijnlijke reden toch nog niet gepost zou hebben. Maar helaas. Ze had haar uiterste best gedaan om ze zo snel mogelijk te posten, ze had zelfs nog een omweg gemaakt naar een brievenbus die ze om 17u nog kwamen lichten. Ze heeft ook nog naar de Post gebeld om te vragen of ze de kaartjes nog kon recupereren. Of dat mogelijk zou geweest zijn, weten we eigenlijk nog altijd niet want het was al 16u50 en dan werken de mensen van de Post uiteraard al lang niet meer, aja.

Ik, die meestal zo overzichtelijk ben, zo pietluttig, zo controlefreakerig, ik had zo een stomme onoplettende fout kunnen maken. Ik was echt zó ongelofelijk kwaad op mezelf. Achteraf waren er uiteraard wel verzachtende omstandigheden: de lange bevalling (bijna 24u, maar dat had ik al eens vermeld zeker?), de drukte van het bezoek, de slapeloze nachten, enz.

Enfin, het werd min of meer opgelost. Jurgen is nog naar de Ava gespurt (een chance dat het AZ Sint Lucas zich in het centrum van Gent bevindt), een stuk of 70 enveloppen gekocht en die avond nog hebben we alle oranje kaartjes in een envelop gestopt. Zonder zwart hoesje. Deze keer mocht Jurgen wel helpen schrijven en waren de enveloppen (ook door mij) iets minder mooi geschreven, maar wel nog steeds met een gouden stiftje… 

De meeste familie, vrienden en kennissen kregen dus twee enveloppen: eentje met een zwart hoesje zonder tekst op. Zonder tekening. Zonder iets. En een tweede envelop met een oranje kaartje waarop wel alle heuglijke gegevens vermeld stonden. In het beste geval kregen ze de twee enveloppen op dezelfde dag en konden ze met een beetje gezond verstand wel achterhalen hoe de puzzel in elkaar zat. Maar ik heb nog steeds geen idee of de mensen die de twee enveloppen op twee verschillende dagen gekregen hebben, door hadden dat het oranje kaartje eigenlijk in het zwarte hoesje moest zitten…

Bij deze: het oranje kaartje moest in het zwarte hoesje zitten zodat je bij een eerste blik enkel de naam kon zien, de geboortedatum en een zinnetje eronder en de rest pas gezien kon worden als je het kaartje eruitnam. Dat maakte het kaartje net zo leuk, vonden wij. Dat surprise-effect. Nuja, het surprise-effect was er wel, maar net iets anders dan dat we gehoopt hadden…