Archief voor maart 2012

Puntjes tellen

26 maart 2012

Ik had het hier al eens vermeld: ik ben terug begonnen met punten tellen via Weight Watchers om die allerlaatste zwangerschapskilo’s kwijt te geraken. En hetgeen ik toen overwoog, maar nog niet helemaal durfde, doe ik sinds 2 maanden wel: naar de bijeenkomsten van WW gaan in de buurt. Directe aanleiding was een collega die ook naar die bijeenkomsten ging. We zitten niet in dezelfde groep, maar het helpt wel als extra motivatie en ondersteuning.

Ik ben gestart op 31 januari en ben nu, 8 weken later, 4,4 kilo kwijt. Wehey! Iets meer dan een halve kilo per week. Een mooi gemiddelde. Niet spectaculair, maar wel ok. En elke week is er al iets afgegaan en niet erbij, dus dat alleen al is al hoopgevend.

Mijn streefdoel begin januari was 6 kilo verliezen, maar dat doel heb ik ondertussen al wat scherper gesteld. Ik wil er nu zeker nog 5 kwijt, maar 8 mag ook. Dat is het maximum. Nu zit ik trouwens al aan een gewicht dat ik woog ‘tussen Nora en Marie’. En 2 kilo minder en ik zit aan hoeveel ik woog voor ik zwanger werd van Nora. En 5 kilo minder en ik weeg evenveel als op mijn trouwdag. Opnieuw in mijn trouwkleed kunnen, het zou wel de max zijn :)
Het gaat de goeie kant op dus! En ik begin het sinds een week ofzo ook echt te merken aan mezelf en mijn kleren. Broeken die 3 maanden geleden net gepast of wat krap waren, zijn nu te groot. En nog beter: kledij en broeken die ik een half jaar geleden niet over mijn heupen kreeg, zijn nu gepast. Soms zelfs al te groot. Zalig, jong.
Dat extra shoppen binnenkort nemen we er uiteraard met plezier bij…

Maar hoe vlot gaat dat punten tellen en afwegen en naar de ‘weging’ gaan?
Awel, dat gaat redelijk. Ik moet wel zeggen dat ik al het een en ander wist van gezonde voeding en ik al goed wist wat wel en niet verraderlijk is als het op calorieën en punten aankomt. Beroepshalve maar ook omdat ik 9 jaar geleden al Weight Watchers gevolgd heb. Dus het hele puntensysteem en de principes waren niet helemaal nieuw. En ik at sowieso al veel fruit en groenten en at over het algemeen niet heel ongezond. Wel schrok ik er opnieuw van hoe ‘weinig’ brood ik mag eten bijvoorbeeld. Een van mijn zwakke punten. Ik kan veel brood eten, zeker als het lekker vers is. Ook moeilijk als de kinderen na school een boterham eten en ik eigenlijk niet mag mee-eten omdat man en ik later op de avond nog gekookt eten. Ik probeer dan in de plaats een stuk fruit te eten (maar aangezien ik overdag veel fruit eet, heb ik daar vaak geen zin meer in) of probeer ik iets anders te doen waardoor ik niet voortdurend mee aan tafel moet zitten: opruimen, het koken al wat voorbereiden, lezen, smartphone-en,…
In begin was het ook afkicken van het ‘snacken’  ’s avonds in de zetel. Nu probeer ik me tevreden te stellen met wat gesneden fruit in de zetel ’s avonds. Of spaar ik enkele punten zodat ik nog een chocolaatje of een koekje kan eten.
De grootste obstakels zijn natuurlijk de etentjes of bij familie gaan eten of feestjes met taart en cakejes. Persoonlijk heb ik het dan moeilijk om te weerstaan aan al die verleidingen. Me beperken tot 1 stuk taart, ok, geen probleem. Maar dan nadien ook nog mezelf beperken tot 1 pistolet met mager beleg in plaats van toch nog eens te gaan voor tonijnsla of garnaalsla, dat lukt me dus meestal niet. Maar ik leg mij daar dan ook bij neer. Ik eet (en ‘zondig’) dan maar tel het ook wel en schrijf het op.
Gelukkig  hebben we naast ons dagpuntentotaal ook 49 extra weekpunten die je kan (maar niet moet) opsouperen. Ofwel elke dag een beetje, ofwel een heleboel in het weekend. Een leuk extraatje alleszins. Hoewel het mij nog niet gelukt is om ál die weekpunten op te eten. Ergens blijft er nog een psychologische drempel om dat te doen. Alsof ik denk dat ik niet kán vermageren als ik mezelf moet aansporen om meer te eten… Ja, raar.

Wat ik persoonlijk heel goed vind aan het WW gedoe is dat je éigenlijk nog alles mág eten. Het is niet zo dat chocola, snoep, chips, wijn, .. niet.meer.mag. Neen, het mag wel. Maar in beperkte mate. En afwegen en tellen. Verslaafd aan dagelijks een portie chips (of chocola of wijn)? Geen probleem, hou wat punten over zodat je ‘ s avonds in de zetel kan genieten van een (kleine) portie chips of een glaasje wijn. Zonder schuldgevoel.

Uiteraard blijft het een dieet en moet je soms wel ‘neen’ zeggen terwijl gans je lijf JA roept (denk: paaseitjes, oliebollen, frieten, chocoladekoeken,…). Ik probeer mijn doel dan voor ogen te stellen en op mijn tanden te bijten. Of in een stuk fruit of in een saaie, droge rijstkoek. Of kauwgom! Mijn eeuwige verslaving. Met de V6 als favoriet.

Het afwegen en tellen is wel arbeids- en tijdsintensief. Gelukkig is er Weight Watchers Online wat het tellen al wat makkelijker maakt. En oefening baart kunst. Op den duur ken je van veel produkten het puntenaantal van buiten. Dé truuk is wel om ALTIJD je puntenaantal strict bij te houden. En niet te vaak denken: “ik onthou het wel”. Of ‘ongeveer tellen’ want bewust of onbewust tel je te weinig. Als je ’s avonds zwart op wit ziet staan dat je nog maar 0 of 1 punt maar over hebt, helpt het echt wel een beetje om te kunnen weerstaan aan die zak chips.
En ik kan het hier wel allemaal uitleggen, maar het blijft bij mij nog een groot werkpunt, dat opschrijven. Ik tel meestal wel in mijn hoofd, zeker nu ik het puntenaantal van veel dingen al goed ken, maar ik schrijf (of typ) het nog te weinig op.

En die bijeenkomsten? Ik was ongelofelijk nerveus die eerste keer. Vooral omdat ik er een verkeerd beeld van had: een 15-tal kletswijven die in een grote kring zitten en waar je elke week iets moét zeggen en een bekentenis moet doen. Niet dus, he. Wat een opluchting toen bleek dat de stoelen gewoon in rijen stonden en niet in een kring. En dat je vooral moet luisteren naar de coach en niet verplicht bent om iets te zeggen. Hoewel het de laatste twee keer plots well interactief werd. Nu heb ik er eigenlijk geen probleem meer mee om iets te moeten zeggen. Uiteindelijk kies je nog steeds zelf wat en hoeveel je vertelt. Anderzijds, we zitten daar allemaal met hetzelfde probleem en dezelfde zorgen en zwakke punten. Want dat valt echt wel op. Dingen waar ik mee worstel of die ik moeilijk vind, daar sukkelen anderen óók mee. En dat is echt wel een troost. Je pikt er ook veel tips en advies op.
In begin was ik heel enthousiast over de coach, maar het enthousiasme is jammer genoeg een beetje aan het minderen. Ik begin te merken dat ze wel heel erg vaak in herhaling valt. Sommige anekdotes die ik de eerste keer grappig vond, heb ik ondertussen al 4 keer gehoord. En daar kan ik me soms wel eens aan ergeren. Qua inhoud vertelt ze mij ook geen echt nieuwe dingen, behalve soms wat concrete tips. Je kan ook gaan om je enkel te laten wegen (tegen betaling…) en dan naar huis gaan. Maar dat kan ik dan weer niet. Ik ben een strever en als ik aan iets begin, wil ik het helemaal doen en goed doen.

Die laatste 5 (of 8…) kilo: ze gaan eraan!

Het enige dat ik me afvraag. Als ik mijn streefgewicht bereikt heb, is het uiteraard de bedoeling dat ik op gewicht blijf. En als ik nu zie hoe erg ik moet opletten en hoe strict ik moet tellen en hoe weinig ik aan die extra weekpunten kom, ben ik bang dat ik verdomd heel hard op mijn eten zal moeten letten om op gewicht te blijven. Slechts heel af en toe zondigen zonder teveel foliekes. Ik kan daar soms nogal een beetje gefrustreerd van lopen, nu al. Want ik eet toch zo graag. En veel ook, soms. Het zou makkelijker zijn moest ik enkele maatjes meer eigenlijk niet zo erg vinden.  Moest ik er mij kunnen bij neerleggen. Maar dat kan ik niet, heb ik ontdekt. Dus ja, dan tellen we maar puntjes!

We aten vandaag trouwens een ovenschotel met witloof, tomaat, appel en gehakte hazelnoten. Met puree gemaakt met groentenbouillon en een beetje geraspte kaas in plaats van met ei, melk en/of boter. Superlekker!
De kookboeken van Weight Watchers vind ik trouwens een aanrader. Heel makkelijk en handig om alle ingrediënten niet te moeten opzoeken en het totaal puntentotaal te moeten uitrekenen. En de (meeste) diepvries Weight Watchers menuu’tjes zijn ook echt lekker.

 

Advertenties

Over knutselen en krijsen, deel 2

26 maart 2012

Maaike heeft gelijk in de reacties. Mijn vorige post vraagt om bewijsmateriaal.

Vandaar, ziehier!

Enkele kunstwerkjes van de dochters op foto…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Over knutselen en krijsen

25 maart 2012

Dat het al efkes geleden is dat er hier nog iets verscheen over de dochters.

De dochters die heel snel groot worden trouwens. Vooral Nora is steeds minder een kleuter. Ze wordt zich steeds meer bewust van zichzelf. Hoe ze zich gedraagt, hoe ze eruitziet. En ze wil vooral zelf ook al groot zijn, inclusief maniertjes en gedragingen die niet zouden misstaan bij een tiener of een volwassene… En waarbij ik vaak mezelf terugzie. Heel confronterend. Heel erg confronterend. En niet altijd op een positieve manier. Het groot worden en voelen gaat uiteraard gepaard met wat onbeleefd en soms zelfs arrogant gedoe. Maar de laatste tijd ook met ‘wijs’ gedrag. Ze verliest zichzelf al iéts minder snel in een boze bui en geeft soms al eens iets sneller toe alsof ze lijkt te beseffen dat toegeven soms toch meer opbrengt dan koppig en boos zijn. Als ze moe is, is dat besef compleet verdwenen en is het oppassen dat ze niet ineens helemaal flipt door iets kleins dat haar niet aanstaat.
Ze helpt ook heel veel. Ook pro-actief. Alsof ze bewust conflicten wil vermijden. Zo spoort ze ook Marie om aan om voort te doen zodat ik mij niet moet boos maken. En ten opzichte van Lena voelt ze zich een echte mama. Soms een beetje te…

Echt. Tegen dat de zomer voorbij is, is het klein beetje kleuter dat nog in haar zit, hélemaal weg. Slik.

Marie daarentegen zit nog volop kleuterkuren. Ze kan tegelijk zo vreselijk irritant zijn (6 keer na elkaar zeggen: “Marie, schoenen aandoen” en dan toch nog een 5-tal keren afgeleid worden door iets of gekke bekken trekken in de spiegel. Tijdens het eten voort-du-rend prutsen aan álles. En wriemelen. En draaien en keren. En als er nog wat tijd over is eventueel ook wat eten. Voor het minste extreem boos worden en krijsen en brullen en niet meer voor rede vatbaar zijn. Een dramaqueen ten top) en tegelijkertijd zo ongelofelijk schattig en grappig. En een showbeest. En willen opvallen. Zeker als er publiek is (en als de eerste quasi verlegenheid weg is).

Wat de oudste gemeen hebben is hun voorliefde voor knutselen. Tekenen, kleuren, knippen, plakken,… Ze krijgen er niet genoeg van. ’s Morgens voor we naar school vertrekken moéten ze nog even kunnen tekenen. Na school is het eerste wat ze doen aan de knutseltafel zitten en een tekening  maken. Duusd witte papieren zijn er hier al verslonden (ecologische voetafdruk, slik). Vooral Nora is niet te houden soms. En creatief dat ze is! Zelf kronen maken, paasmandjes, een tekening van een vlinder waarvan de vleugels echt kunnen bewegen en los zitten, combinatie van hartjes tekenen, knippen en plakken,… Straf.
Marie’s enthousiasme is iets minder, maar haar kleur- en tekenvaardigheden zijn de laatste weken ook veel geëvolueerd. Tekenen blijft nog eerder abstract en zelden iets echt herkenbaar. Maar kleuren doet ze heel graag en goed. Ik denk dat bij haar de druk van Nora wel een beetje parten speelt. Niet door ons, want wij gaan nooit bewust vergelijken en bemoedigen en bekrachtigen haar wel genoeg, denk ik. Maar ze zit letterlijk naast Nora en ziet Nora prachtige prinsessen en bloemen en bomen en slingers tekenen. Niet makkelijk om dat te evenaren. Ze vraagt soms zelf of Nora voor haar een kindje of een boom wil tekenen…

En Lena… die maakt er een sport van om elke losliggende stift vast te grabbelen om dan heel snel weg te lopen. Het liefst wat papieren op de grond gooiend in haar vlucht.

Ons Lena’tje hyena’tje dat nog steeds een vrolijk maar vinnig ding is. Bijna altijd content, maar ook heel luid en boos als er haar iets niet aanstaat. Ze heeft trouwens al slechte punten gekregen van de crèche. Omdat ze vecht met andere kindjes als die speelgoed van haar willen afpakken. Ze krijst dan heel luid en slaat recht in het gezicht. Niet een beetje in het wilde weg slaan, maar echt gericht en bewust slaan in het gezicht. Niet goed, natuurlijk. En als je meteen streng zegt: “Neen, mag niet!”, begint ze meteen te aaien. Tegenwoordig is ze zelfs al zo geconditioneerd dat ze eerst pijn doet (slaan of pitsen) en meteen spontaan aaike begint te geven. Alsof het zo dan wel toegestaan is…
Typisch voor een derde kind, denk ik. Hier thuis moet ze ook haar mannetje staan ten opzichte van haar grote zussen die ‘samen spelen met Lena’ nogal eens verwarren met ‘alles afpakken en zelf spelen’.

Maar ze kan toch wel heel luid en hard krijsen, die Lena. Een ware aanslag op de trommelvliezen. Als ze maar een glimp van de poes ziet, bijvoorbeeld, begint ze te krij-sen. Omdat ze weet dat de poes telkens hard wegloopt als ze dat doet. En ze dat dus blijkbaar leuk vindt. Echt, als we een krijsende Lena horen, weten we: aha, de poes is daar.

’t Is een zotte doos, ons kleinste.

#wijvenweek – Het multitaskende superwijf

18 maart 2012

Opdracht:
Zaterdag, stoefdag. Want u heeft nu al de hele week al uw geheimen op tafel gegooid en uw schaamtegevoel overwonnen, maar in de kern, de essentie en onze pit (ha, voor deze zin kregen wij advies van Ingeborg en Brigitta Callens) zijn wij allemaal TOPWIJVEN. Heel vaak durven we dat niet eens zeggen, want een mens zou maar eens hooghartig overkomen. Vandaag niet. Blog over iets waar u echt oprecht fier over bent. Want dat is zonder twijfel terecht, en dat mag ook eens gezegd worden.

Het toegeven van kleine kantjes en een niet-gecensureerd postje schrijven was al vrij moeilijk. Maar dit, over mijzelf stoefen, is nog duizend keer moeilijker. Ik steek het op mijn onzekerheid en het gemis aan een torenhoog zelfvertrouwen.

Ik zou het kunnen hebben over hoe ik door de ochtend- en avondrush raas. Niet enkel om de meisjes aan- of uitgekleed te krijgen, eten te geven en ze naar school/crèche of bed te sturen. Maar ook omdat ik er tussendoor ook over waak dat tijdens het klaarstomen en opvangen van crisissen de boel op orde blijft liggen. Ik kan niet naar school en werk vertrekken als de keuken niet op strepekes ligt. De keukentafel moet zelfs kruimelvrij zijn. En ook de rest van de living is zo goed als rommelvrij als ik vertrek. Ook ’s avonds terwijl de meisjes klaargestoomd worden voor bed, ben ik bezig met het opruimen van de living, speelhoek en keuken. Liefst zoveel mogelijk voor we naar boven gaan zodat ik, eens ze in bed liggen, niet veel meer hoef te doen. Want voor ik mij in de zetel plof moet echt alles aan de kant liggen. En het liefst ook nog de keukentafel klaargezet voor het ontbijt de volgende morgen. En de boekentassen zo goed als klaar.

Ik zou daar trots op kunnen zijn. Misschien. Maar eigenlijk is het ook een extra last. Dat veeleisend, perfectionistisch zijn. Zelfs een heel klein beetje neurotisch soms. Want ook al kan ik ervan genieten als alles op orde ligt, het zorgt ook voor vreselijk veel onrust in mijn hoofd bij momenten. En een constant opgejaagd gevoel. En het moeilijk niets kunnen doen of genieten als dit of dat niet in orde is. Ik begin het meer en meer als een kwaliteit te zien om af en toe eens ‘foert’ te kunnen zeggen en de boel de boel te laten. Het zou alleszins wat voor meer rust in mijn hoofd zorgen.

Maar goed, ik moet dus stoefen en daar ben ik nog niet echt mee bezig.

Ik ben er wel trots op dat ik de opleiding geneeskunde tot een goed einde gebracht hebt. Het heeft me toch wel bloed, zweet, tranen en doorzettingsvermogen gekost. En ook de 2 jaar waarbij ik werkte en tegelijk nog een specialisatie-opleiding deed, inclusief eindwerk, waren behoorlijk zwaar. But i did it.

Ook dat ik, na veelvuldige pogingen en valse starts weliswaar, nu toch 1 a 2/week 5km ga lopen. En er ook nog deugd van heb. Ben ik ook fier op eigenlijk. Zeker als je weet hoe onsportief ik vroeger was. Maar echt he. Het sportiefste dat ik in mijn studententijd deed was met de fiets naar de lessen gaan. En compleet rood en bezweet arriveren na een rit van 2 km.

Op mijn drie dochters ben ik uiteraard ook supertrots. Als ze voor elkaar in de bres springen, als ik ze mooi zie delen, als we samen op stap zijn en ze gedragen zich redelijk flink, als ze boos en hysterisch worden maar ze zich duidelijk kunnen herpakken en bijdraaien, als ze zorgen voor elkaar,…

Ah, en dat het mij gelukt is om elke dag van deze week iets te bloggen voor Wijvenweek! Wehey for me! Want ik had er eerlijk gezegd in begin toch een beetje schrik voor… En ’t was plezant! En tof om een massa nieuwe blogs te ontdekken.

 

Vrijdag 16 maart – Zelfscensuur

16 maart 2012
Het zijn geen geheimen, verre van. Iedereen die bij u langskomt weet het, en eigenlijk weten wij het ook allemaal, hier op het internet. Maar vandaag doen we eens niet aan zelfscensuur. Blog over iets waarover u niet blogt normaal. Vertel ons de dingen die deze week suckten (in plaats van altijd alleen de positieve dingen te posten), toon ons een foto van hoe uw living er echt uitziet, voor de poetshulp is langs geweest. Of vertel over frustraties die niemand eigenlijk moet weten, de gemiddelde ruzie met uw vent en andere dingen die uit het leven gegrepen zijn, maar waarvan u doorgaans vindt dat wij er geen zaken mee hebben. We zullen het aan niemand doorvertellen.

Goh. Ik weet eigenlijk niet of mijn blog een enkel-goed-nieuws-blog is. Een blog waarin ik enkel leuke, positieve dingen schrijf. Dat zou ik aan jullie moeten vragen. Er zijn inderdaad dingen en onderwerpen waar ik niet over blog. Ik vind niet dat ruzies met mijnen echtgenoot openbaar moeten gemaakt worden. Want we maken wel degelijk ruzie soms. ’t Zou raar zijn moest dat niet het geval zijn. Details over mijn werk en zeker de frustraties errond blog ik ook niet wegens privacy redenen.
En dat mijn dochters niet altijd grappig, lief, schattig, meewerkend en flink zijn, dat blijkt wél uit mijn blog, denk ik. Hoop ik. Ik kan mij alleszins al 2 voorbeelden herinneren van niet-gecensureerde, eerlijke, pijnlijke blogposts. Over mezelf en dat over Lena en de Bumbo.

Maar bon, speciaal voor Wijvenweek. Nog een dingetje waar ik niet spontaan zou over bloggen. De bij momenten vreselijk drukke, hectische en stresserende avondrush met als missie: de kinderen na een drukke werkdag en een vermoeiende schooldag zonder kleerscheuren en zonder teveel crisissen en met een volle maag op tijd in bed krijgen.
Als mijn gebroed dan ’s avonds aan tafel een boterham zit te eten en Nora is om de een of andere reden alweer eens boos. Of ze smakt irritant luid. Want echt, dat kind kan smakken! Tenenkrullend.  Of ze zit beetje arrogant met haar ellebogen op tafel en handen in de haren te eten. En Marie wiebelt, prutst, morst en wriemelt met haar vinger in de choco. Of heeft alweer een hysterische bui omdat niet het juiste mes op tafel ligt. En Lena grijpt naar álles wat op tafel staat om het dan hard op de grond te gooien. En klimt bijna helemaal uit haar stoel om toch maar aan de pot boter te kunnen zodat ze er eens lekker in kan graaien met haar handjes. En krijst luid, maar l.u.i.d. Luid als in: haren komen recht en trommelvliezen trillen. Omdat ze niet krijgt wat ze wil. Of gewoon zomaar. En ze alledrie tegelijk “maaaaamaaaaaaaaaaaaaaaa?!” aan het roepen zijn. 38 keer na elkaar. Steeds een beetje luider.

Ja, dan trek ik het even niet meer. Dan schiet ik uit mijn krammen en roep ik dat ze moeten stoppen. Met de nadruk op roepen. En blijf ik soms doorrazen. Tot ik hun verbaasde blik zie en ik terug neerplof in de stoel en weer rustig word. En me soms zelfs excuseer.

Maar op veel avonden gaat het ook gewoon redelijk vlotjes zonder ontploffingen, hoor :)

#wijvenweek – Dromendag

15 maart 2012

Opdracht:
We hebben ze allemaal: de wildste dromen, de meest ambitieuze verlangens. Of we hadden ze, maar ze zijn om één of andere reden ergens onder het stof van de tijd verloren gegaan. En dat is helemaal niet erg, of net wel. Vaak durven we dat niet uitspreken, om één of andere reden. Op donderdag horen we graag over vervlogen dromen, vergane ambities. Of over heerlijke verlangens naar hoe uw leven beter gaat worden, binnen een paar dagen, maanden, jaren.

 

Geen grootse, exotische dromen hier. Ik ben daar te nuchter voor, denk ik. Een hopeloze realist. Neigend naar pessimist. Iemand die bij het dromen meer aan de obstakels denkt in plaats van aan alle mogelijkheden en kansen.

Kinderen. Liefst meer dan eentje. Dat is wel een droom die ik al heel lang heb, van kleins af aan. Al van toen ik een tiener was, piekerde ik soms over wat ik zou doen of hoe vreselijk ik me zou voelen als bleek dat ik geen kinderen zou kunnen krijgen. Het leek me echt iets onoverkomelijk.

Maar geen nood, die droom is alleszins al prachtig uitgekomen. Drie gezonde, flinke, schattige dochters. Check!

Grote ambities jobsgewijs heb ik eigenlijk nooit gehad. En toch ben ik geneeskunde gaan studeren. Niet omdat ik per se dokter wou worden, wel omdat het vak en de wetenschap me enorm boeide. Over toekomstmogelijkheden dacht ik nooit echt na tot in mijn laatste jaar. Specialist wou ik niet worden: te intense, drukke opleiding. Ook het leven als huisarts, zelfs in een groepspraktijk, leek me moeilijk te combineren met een gezin. En dat was mijn enige, grote vereiste: ik wou een job die goed combineerbaar is met mijn (toekomstig) gezin. En daarmee bedoel ik: niet in weekends werken en liefst ook niet ’s avonds. Waarmee ik niet wil zeggen dat mensen die dat wel doen geen goeie mama of papa kunnen zijn, absoluut niet. Maar voor mij persoonlijk werkt het niet. Ik heb een aantal jaar Kind en Gezin consultaties gedaan, 1 avonds per week. Maar toen Nora een half jaar was, ben ik daarmee gestopt. Ik wou een 9 to 5  job. Vandaar ook de heel bewuste keuze om na basisopleiding arts de specialisatie-opleiding Jeugdgezondheidszorg te gaan volgen om dan te kunnen gaan werken in een CLB of voor Kind en Gezin. En ik heb het me nog geen miliseconde beklaagd! Ik doe mijn job heel erg graag. Heel variërend, veel uitdagingen, naast het routinewerk dat er ook bij hoort. En veel vakantie en mooie uren, ja. Ideaal.

Heb ik anders nog dromen momenteel? Bwaja. Ons huis dat ooit helemaal in orde geraakt. Onze tuin die helemaal aangelegd en klaar is. Geen grootse reizen, maar als de kinderen groter zijn wel eens iets verdere reizen ondernemen. Mijn sociaal leven wat opkrikken, want wegens kleine kindjes staat dat op een vrij laag pitje. Ook wat meer tijd proberen te maken voor uitstapjes met ons twee zonder de kinderen. Of uitstapjes op mijn eentje, ha! :)

Maar vooral, zoals An het ook al zo mooi verwoordde, wens en droom ik dat ik mijn meiden een warme, veilige thuis kan aanbieden en ze tegelijkertijd genoeg kan loslaten zodat ze opgroeien tot zelfverzekerde, attente, positieve, gelukkige en gezonde volwassen vrouwen. Vrouwen die nog steeds dochters blijven die graag eens gaan shoppen met hun mama. Of wat onnozel doen. Of hun zorgen en geheimen kunnen toevertrouwen aan mij.

Ja, dat zou mij wel heel erg blij maken.

Op wijvenblogs.be kan je lezen wie er nog allemaal meedoet aan wijvenweek.

#wijvenweek – Moh, kijkt nu. We zitten hier met een mening.

14 maart 2012

Niet vandaag. Vandaag zijn mijn gedachten bij alle betrokkenen van dat vreselijke busongeval in Zwitserland.
Ook al kan ik me niet helemaal inbeelden hoe zij zich nu voelen, mijn hart deed pijn toen ik het nieuws las. En ook de rest van de dag voelde ik een zware krop in de keel. En nam ik mijn dochters eens extra vast. En ergerde ik me minder snel aan alledaagse, onbelangrijke dingen.
Iets wat we elke dag zouden moeten doen, maar waar we vaak enkel op een dag als vandaag echt bij stilstaan.

Of misschien toch een kleine mening:
Ik heb echt geen nood aan beelden van huilende familieleden, irrelevante getuigenissen, shockerende beelden. Ik kan me zo zonder al die dingen ook wel een beetje voorstellen hoe gruwelijk dit is.

Op wijvenblogs.be kan je lezen wie er nog allemaal meedoet aan wijvenweek.